Sites Grátis no Comunidades.net
Les Grands Magasins fullhd

Het eerste moderne grootwarenhuis in België

De Grands Magasins de la Bourse, opgericht in 1872 in Brussel was het eerste echte grootwarenhuis op Belgische bodem. Gegroeid uit een exclusieve mode- en stoffenzaak, werden al vlug een groot aantal rayons toegevoegd met kwaliteitsgoederen. Tot de economische depressie in de vroege 1930’s richtte de elegante winkel nabij het Beursplein zich vooral op een kapitaalkrachtig publiek. De omvang van die economische crisis zonder weerga noopten de ooit zo trotse GMB tot een vrij verrassend samenwerkingsverband… Net zoals de geschiedenis van het Romeinse Rijk is de kroniek van de GMB er één van groei en verval.

Een spectaculaire nieuwigheid

Zoals genoegzaam bekend zette de uitvinding van de stoommachine in de 19de eeuw een ware Industriële Revolutie in gang. In diezelfde eeuw onderging nog een andere sector van de economie een ware gedaanteverwisseling: die van de distributie. Het verschijnen van de eerste grootwarenhuizen bracht inderdaad een heuse commerciële omwenteling tot stand, die de hele distributiesector snel en op zeer ingrijpende wijze zou hertekenen, op haar grondvesten doen daveren.

Het idee voor de allereerste moderne grootwarenhuizen werd in Parijs bedacht. Het idee werd volop gepromoot door Aristide Boucicaut en zijn echtgenote. Het koppel was een associatie aangegaan met de gebroeders Videau, die in 1838 Au Bon Marché hadden gesticht, toen nog een middelgrote modezaak. Boucicaut transformeerde de zaak volledig, en maakte er in 1855 een enorm en aantrekkelijk commercieel paleis van. Het werd het allereerste moderne grootwarenhuis, met een monumentale architectuur, vaste en duidelijk geafficheerde prijzen, een ‘niet tevreden geld terug’-waarborg en zo meer. De Videau’s waren echter niet op hun gemak met al die revolutionaire ideeën, en verkochten uiteindelijk hun aandelenpakket aan de Boucicauts. Zij bouwden de Bon Marché uit tot een zeer winstgevende zaak.

Daarmee verbond dit visionaire koppel voor eeuwig de naam Boucicaut aan dit nieuwe hoofdstuk uit de commerciële geschiedenis. De grondleggers van deze nieuwe verkoopsmethode kregen uiteraard veel tegenwind, vooral van kleine zelfstandigen. Hun geestdrift sloeg echter ook over op een aantal andere ondernemers. In 1865, tien jaar na de Bon Marché opende ook Jules Jaluzot een modern grootwarenhuis, die zich tot een geduchte concurrent voor Boucicaut zou ontpoppen: de Printemps.

Grootwarenhuizen verschilden van kleinere winkels door het zeer ruime assortiment aan aangeboden koopwaren, en op de nieuwe, verfrissende manier waarop deze gepresenteerd werden. Oorspronkelijk richtten deze nieuwkomers zich op de koopkrachtige burgerij, en concentreerden zich vooral op luxegoederen. De oprichters zochten dan ook een passend kader om al deze kostbaarheden zo goed mogelijk te presenteren, aan de man of vrouw te brengen. Daartoe werden zeer imposante en volumineuze winkels opgetrokken. Ze vielen op door hun verbluffende, overdonderende architectuur. Elegante uitstalramen, een weelderig versierde ingang, bij voorkeur wat allegorische beelden, soms wat zuilen. De extravagante buitenzijde moest de nieuwsgierigheid van kooplustigen aanwakkeren, hen naar binnen lokken. Eens binnen, moesten de potentiële klanten verder overdonderd worden door indrukwekkende lichtkoepels, sierlijke trappen en zo meer.

Ook stations, postkantoren, bankgebouwen uit die periode werden in zo’n imposante bouwstijl opgetrokken. Dit paste trouwens volledig in het Vooruitgangsoptimisme van de aanstormende burgerij en nouveaux riches. In tegenstelling tot de situatie op markten en bij kleinere winkels werden de koopwaren aan vaste, duidelijk geafficheerde prijzen verkocht. Er kon dus niet meer gesjacherd worden, om een wat lagere prijs te bekomen. Door hun producten in het groot aan te kopen of in eigen ateliers te produceren, konden deze nieuwe kathedralen van de handel de vraagprijzen behoorlijk drukken. Een vrije toegang, scherpe prijzen, een ruim aanbod, gedistingeerd personeel en een imponerend maar niettemin gezellig kader maakten al snel van deze grootwarenhuizen the place to be voor iedereen die geld genoeg had.

Het eerste moderne grootwarenhuis op Belgische bodem was de Grand Magasins de la Bourse (verder afgekort tot GMB), in 1872 opgericht door de familie Thiéry. Andere ondernemers uit de distributiesector keken na hen vooralsnog de kat wat uit de boom. De bouw van een architecturale parel van een grootwarenhuis betekende enorme investeringen, die ook terugverdiend moesten worden. En wat dat betreft, was het wat afwachten op hoe de Belgische gegoede burgerij de komst van de GMB zouden onthalen.

Maar uiteindelijk, in het laatste decennium van de 19de eeuw kregen de Thiéry’s ook in ons land navolging. Opmerkelijk daarbij is dat zowat alle initiatieven in die zin door buitenlandse families in gang werden gezet. We herinneren in dat verband aan de Duitser Leonhard Tietz, wiens Antwerpse avontuur reeds eerder op Retroscoop aan bod kwam. De onverkwikkelijke Dreyfus-affaire –waarbij antisemitisme een cruciale rol speelde- verklaarde waarom er ook vanuit Frankrijk diverse Joodse families in ons land toevlucht zochten. Dit is ondermeer het geval voor de families die de Innovation zouden stichten. Maar laten we de chronologie respecteren, en eerst terugkere, naar de baanbrekers op Belgisch grondgebied, de Thiéry’s.

De Fransman Jean-Nicolas Thiéry was in 1845 vanuit Morfontaine –niet ver van de Belgische grens- naar Brussel geëmigreerd. Samen met zijn iets jongere broer François en zijn zus Marie-Célestine lag hij aan de basis van de Brusselse modewinkel “Magasins de Nouveautés”. Het ging om een middelgrote winkel van twee verdiepingen die zich op de hoek van de Nieuwstraat en de Blekerijstraat bevond. (thans één van de ingangen van de City 2)

In 1855 werd de naam veranderd in Bon Marché. Mogelijk was deze zet geïnspireerd door de grote Parijse winkel van Boucicaut, al was er geen verband tussen de twee. De winkel kende een enorm succes, zeker vanaf 1861, dank zij de gedrevenheid van de ambitieuze winkelverantwoordelijke, de 21-jarige François Vaxelaire, ook een Fransman. Vaxelaire bouwde de zaak met brio uit, huwde met de hoofdverkoopster Jeanne Claes, en nam uiteindelijk de Bon Marché in 1866 van de Thiéry’s over. Daarmee werd de basis gelegd voor de latere groep Vaxelaire-Claes, de groep achter de Bon Marché-grootwarenhuizen. Maar in de 1860’s was de zeer succesvolle Bon Marché in de Nieuwstraat nog lang geen grootwarenhuis.

Ondertussen richtten ook andere leden van de Thiéry-familie exclusieve kleding- en stoffenwinkels in ons land op. De broers François en Félix concentreerden zich op Antwerpen, Luik en Verviers, waar ook de hoofdzetel van het familiebedrijf François Thiéry et Cie. lag. Het stond echter in de sterren geschreven, dat een verkooppunt in de Belgische hoofdstad niet mocht uitblijven.

Deze werd in 1860 opgericht, en bevond zich op de hoek van de Kiekenmarkt en de thans verdwenen IJzerstraat. In 1864 kochten de twee broers nog eens twee huizen op in Brussel van een zekere Becquet. Eén van deze huisjes lag aan de Kiekenmarkt (5,34 are), een ander aan de IJzerstraat (1,55 are).

De steile opgang van de nieuwe grootwarenhuizen in Parijs zette deze ondernemers blijkbaar aan het nadenken. Inderdaad, waarom niet hetzelfde proberen in België. Per slot van rekening lag het BNP van België in 1870 hoger dan dat van buurland Frankrijk.

Nu ja, weliswaar was de winkel van de Thiéry´s heel wat kleiner dan de enorme Bon Marché in Parijs, maar goed, ze zetten niettemin een gelijkaardig revolutionair concept in de steigers in ons land. Dat betekende uiteraard, dat ze systematisch ook de andere aanpalende huizen zouden moeten aankopen. En de twee broers lieten er geen gras over groeien.

Reeds in 1865 dienden hun architect plannen in voor de bouw van een fraai grootwarenhuis. Het Brussels stadsbestuur reageerde erg enthousiast over de voorgestelde grote winkel met haar indrukwekkende architectuur. De nationale wetgever oordeelde echter dat de ingediende bouwplannen gedeeltelijk in tegenspraak waren met de nationale regelgeving. De grote droom van de Thiéry’s werd daarop enkele jaren in de ijskast opgeborgen.

Enkele jaren later begon de liberale Brusselse burgemeerster Jules Anspach met een aantal grootse transformaties en verfraaiingswerken in het centrum van de stad (zie kaart hieronder). Ook hier weer speelde Parijs een hoofdrol als inspiratiebron. Brussel begon met de aanleg van een centrale en brede as, die dwars door de stad zou lopen, en de twee terminusstations van Brussel Noord en Brussel Zuid met elkaar zou verbinden. Dat laatste station lag tot 1869 aan het Rouppeplein. Omdat het te klein was geworden, werd een nieuwe gebouwd, ongeveer op de huidige locatie. (Het Centraal Station werd pas verscheidene decennia later gebouwd). De nieuwe Noord Zuid-as was in feite het Belgisch antwoord op de Haussmann-laan in Parijs.


Interessant plattegrond, dat de situatie voor en na de transformaties in
het centrum van Brussel weergeeft. De percelen van de Thiéry´s liggen
in de oranje cirkel. De blauwe lijnen tonen waar de Zenne voor de
overwelving liep. (In de groene cirkel ligt een plek, waar men vandaag
de dag nog een neuspuntje van de vervuilde rivier kan zien. De rode lijn
in de oranje cirkel toont de ligging van de stukjes grond die de Thiéry´s
moesten afstaan voor de aanleg van de Anspachlaan (de stippellijn die
over het gearceerde gebied loopt) Zoals te zien is, verdwenen verschillende straatjes en pleinen na deze belangrijke werken.

De Thiéry’s moesten een deel van hun percelen aan de Kiekenmarkt en de IJzerstraat afstaan voor de aanleg van de Anspachlaan. Tevens werd in dezelfde periode de Zenne grotendeels overwelfd (1868-1871) (1) Op wandelafstand van de percelen van de Thiéry’s was men ook volop bezig met de voorbereidingen voor de bouw van een nieuw Beursgebouw, dat uiteindelijk pas in 1873 afgewerkt werd.

Deze werf inspireerde de Thiéry’s tot een eerste naamswijziging van hun exclusieve modezaak. Heette hun Brussels verkooppunt oorspronkelijk simpelweg “François Thiéry et Cie.”, dan werd het nu de Magasins de la Bourse, ook al was de Beurs nog lang niet afgewerkt.

Ondertussen breidden de Thiéry’s hun perceel als maar uit. Van zodra de Zenne overwelfd was, en de nieuwe Anspachlaan werd afgewerkt, haalden de Thiéry’s hun bouwplannen van 1864 weer boven. Deze werden grotendeels overgenomen om de bestaande Magasins de la Bourse grondig te verbouwen en uit te breiden. In 1872 kondigden de Thiéry’s aan dat ze weldra hun nieuwe “Grands Magasins de la Bourse” aan het publiek zouden voorstellen. In 1872 was België’s eerste moderne grootwarenhuis dan ook een feit. Het was nog één jaar wachten op de voltooiing van de werken aan de Beurs.


Document uit 1877

De keuze van de naam van de nieuwe winkel bleek al snel een prima idee te zijn geweest. Vanaf 1873, toen het elegante Beursgebouw was afgewerkt, bezat ons welvarend koninkrijkje een nieuw financieel hart met allure. De pers had al volop bericht over de bouw van dit fraaie gebouw. Elke vermogende familie wist dan ook goed waar dit gloednieuwe gebouw zich bevond, en dus meteen ook waar de GMB gesitueerd was. Bovendien werd het Beursplein gaandeweg een centraal knooppunt van de Brusselse paardentrammen. Er waren voorts diverse hotels in de buurt, naast schouwburgen en natuurlijk de Grote Markt. De nieuwe Beurs werd zo’n krachtig oriëntatiepunt, dat het al snel niet meer nodig geacht werd om een volledig adres te vermelden op reclames voor de GMB.


De GMB omstreeks de eeuwwisseling

Zoals de nieuwe verkoopsformule het voorschreef, werd het een imposant gebouw. De hoofdingang werd verwerkt in een uiterst decoratieve donjon. De bovenstaande postkaart toont dat St. Michiel die een draak doodt boven de toegangsdeuren verwerkt is. Uiteraard is dit een verwijzing naar het vergulde beeld op de torenspits van het Brussels stadhuis. De fraaie hoektoren gaf uit op de hoek gevormd door de nieuwe Anspachlaan en de Kiekenmarkt. Hij "torende" boven de meeste gebouwen uit de omtrek uit, zodat hij van ver te zien was, zoals op onderstaande postkaarten te zien:


Vooraan het Grand Hotel, op de achtergrond
kijkt de toren van de GMB reikhalzend uit naar meer klanten.

De gevel van het grootwarenhuis werd ook (vaak) met reusachtige vlaggen versierd. Gezien de afkomst van de Thiéry´s mocht de Franse driekleur uiteraard nooit ontbreken. Op heel wat latere reclames werd het grootwarenhuis veel groter voorgesteld, als het in feite was, op zo´n wijze dat het bijna op de Parijse Bon Marché begon te lijken.


Reclame uit 1899 met een wel erg uitgerokken GMB.
Het document geeft wel meteen een goed idee van wat er eind 19de
eeuw allemaal in de winkel aan koopwaren te vinden was


Ook op deze tekening afkomstig van een factuur uit 1909 wordt
een loopje genomen met de realiteit, door aan de voorgevel
5 onbestaande traveeën toe te voegen (16 ipv 11, vergelijk met
de bovenstaande postkaart) en de achterkant flink "open te
spreiden" als de staart van een geïrriteerde kalkoen.


Zelfs nog in 1926 werd er flink overdreven, zowaar nog een schepje
bovenop gedaan. Achteraan op de afbeelding werd een dakterras toegevoegd,
compleet met parasolletjes en een gebouwtje, dat misschien wel een
"automatic bar" was, zoals op het dak van de Tietz in Antwerpen. Voor
zover bekend is dat dakterras van de GMB er nooit gekomen.

Uit welk jaar de grote centrale hal precies dateert, hebben we vooralsnog niet kunnen achterhalen. Zoals de reclame uit 1899 hierboven laat zien, lijkt de winkel te zijn opgetrokken rond een centrale binnenkoer (?). Wellicht bestond de veelbesproken lichtkoepel en centrale hal nog niet bij de opening van het grootwarenhuis in 1872. Een verkoopscatalogus uit de winter van 1921 beschrijft de hal central trouwens als "nouveau", al weten we niet of de nieuwigheid slaat op de volledige hal of op aangebrachte verbeteringen in het gebouw, waarover verder meer.


Verkoopscatalogus, winter 1921

Hoe het ook zij, wie toen in de winkel binnenstapte, kwam in een grote open ruimte, voorzien van een indrukwekkende vierkantige glazen koepel. Behalve bewonderende “oh’s” en “ah’s” losweken, zorgde deze eveneens voor de nodige lichtinval. Wie onder de koepel ging staan, kon 4 verdiepingen naar omhoog kijken. Enkele foto´s zullen wellicht het één en het ander verduidelijken, zeker als men in het achterhoofd houdt dat zulk een winkel du jamais vu in ons land was.


Bron links: Gallica Bibliothèque Nationale de France
Niet evident, met zo´n lang kleed op een tweewieler.

Oorspronkelijk verkocht de Grands Magasins de la Bourse, net als de kleinere voorloper, die gewoon "Magasins de la Bourse" heette- vooral luxueuze kledij en dito stoffen. Gaandeweg werd dit assortiment steeds meer en meer uitgebreid met nieuwe rayons.

Dit steeds uitdeinend assortiment was een primeur voor ons land. Men vond er naast kledij en stoffen nu ook handschoenen, schoenen, lingerie, zeep en parfum. Later werd ook nog eens een meubelafdeling als ook een rayon tapijten en traplopers toegevoegd.


Elegante, luxueuze kleding, en de afdeling stoffen van de GMB

In minder dan 10 jaar tijd barstte de nieuwe winkel bijna uit zijn voegen, en een eerste uitbreiding drong zich op. In 1881 werd daartoe de n° 25 aan de Kiekenmarkt en de n° 3 en 5 in de Paul Devauxstraat opgekocht.

In 1884 trokken de Thiéry’s zich uit het zakenleven terug, en gingen op rust. De GMB kwam in handen van investeerders, gegroepeerd in de Silas Guillon et Cie. Ook Guillon (1841-1900). die directeur van de GMB werd, was een Fransman. Dat de Thiéry’s echter grote faam genoten hadden, blijkt wel uit het feit dat Guillon tot het einde van de 19de eeuw de formule “Ancienne Maison François Thiéry” als reclame en eerbetoon op haar correspondentie en publicaties bleef vermelden. (2)

De GMB wist blijkbaar continuïteit in deze goede reputatie te verzekeren. Dat blijkt ondermeer uit de prestigieuze opdracht die haar meubelafdeling in 1897 wist binnen te rijven. In dat jaar mocht de luxueuze winkel immers de Koninklijke suite in het Koloniënpaleis te Tervuren inrichten. (3) Zo’n opdrachten hielpen zeker om het prestige van de winkel te verzekeren bij de begoede burgerij. Dit vertaalde zich ondermeer in een nieuwe uitbreiding in 1899, toen de n° 1 van de Paul Devaux-straat aan het complex werd toegevoegd. Gaandeweg verwierf de GMB dus heel de blok gevormd door de Devauxstraat, de Anspachlaan en de Kiekenmarkt.

De oprichting van de GMB leidde niet meteen tot een explosie aan concurrerende winkels. Pas eind 19de eeuw verschenen verschillende grote namen, die in de 20ste eeuw de hoofdrollen onder elkaar zouden verdelen op het vlak van de grootdistributie in België. In 1897 stichtten de Elzassers Julien Bernheim en drie broers Meyer genoemd de “Innovation”. De eerste winkel werd in de Brusselse Nieuwstraat opgetrokken, en werd een groot succes. (Na WO 1 zou de Innovation-groep de aangeslagen winkels van Leonhard Tietz overnemen). In de 1960’s was de familie Bernheim één van de hoofdinvesteerders in het shopping centrum van Genk, de allereerste overdekte shopping van het land opgericht in 1968.

Het jaar na de oprichting van de Innovation ontstond de Grand Bazar du Boulevard Anspach, de latere Galeries Anspach. Deze werd opgericht door Auguste Thiriard, die voorheen al een Grand Bazar in Luik had opgericht. In de 1920’s zou dit grootwarenhuis onder Thiriard’s schoonzoon Victor Beausillon gedurende jaren belangrijke commerciële successen boeken. Zijn nazaten stonden in de 1960’s aan de wieg van de shopping centra van Woluwe en Anderlecht, iets na die van Genk geopend.


Uiterst links de GMB, dan de Anspachlaan, Café Monico en de leeuwen op wacht
voor het Beursgebouw. (Naar verluidt is het lichte verschil in houding tussen de
twee leeuwen een verwijzing naar de opgaande en neergaande conjunctuur)


Een factuur uit 1909


En een expeditienota van twee jaar eerder

In 1898 kwam de GMB in handen van de Société Anonyme des Grands Magasins de la Bourse. Het is vooralsnog niet uitgeklaard of deze NV uit volkomen nieuwe investeerders bestond, of zo de groep rond Silas Guillon nog steeds in deze nieuwe constructie vertegenwoordigd was.

In 1908 wist de GMB-leiding opnieuw de hand te leggen op een aanpalend pand. Ditmaal was het de beurt aan het Café de la Lanterne. Toch zou het nog tot 1916 duren eer deze voormalige horecazaak volledig verbouwd en in het grootwarenhuis geïntegreerd zou worden.


GMB-publicatie uit 1908 (een soort agenda van 4 blz.)
en één van haar postkaarten uitgegeven n.a.v. de Expo 1910

In 1910 ging de Wereldtentoonstelling in Brussel door. Net zo min als andere grootwarenhuizen miste de GMB deze gebeurtenis niet, om volop aan promotie te doen. Naar aanleiding van dit internationale evenement werden bijvoorbeeld een reeks zwart/wit postkaarten uitgegeven, die de deelnemende paviljoenen afbeeldden. Wel valt het moeilijk te achterhalen of deze te koop werden aangeboden, of als een soort geschenkje bedoeld waren voor de klanten. Drie jaar later mocht België alweer een wereldtentoonstelling organiseren, die ditmaal in Gent doorging. Ook daar was de GMB aanwezig. Blijkbaar werd een luxueus ogende stand opgebouwd, een soort bourgeois-woning die (o.a. ) t een hal en salon bestond:


Hierboven: twee afbeeldingen van een reclamekaart met de
tentoonstelling van de GMB op de Wereldtentoonstelling te Gent

De GMB vond nog andere manieren uit om aan promotie te doen. Vanaf een voorlopig nog niet juist gesitueerd jaartal begon het kalenders uit te geven, alsook agenda´s waarin reclame werd gemaakt voor theaterzalen. De agenda´s bevatten afbeeldingen van hun interieurs, zodat wie zo´n agenda aanschafte (of kreeg ?) gemakkelijk de gewenste zitplaatsen konden terugvinden. Deze agenda´s werden alleszins voor WO 1 uitgegeven.

Kalender uit 1913, min of meer per seizoen opgedeeld


De agenda uit 1910


Het interieur van het Théâtre de la Monnaie, het Théâtre Royal du Parc,
het Théâtre Royal des Galeries St Hubert en van het Théâtre Molière


Een gelijkaardige agenda

Vervolgens brak de moeilijke periode van de Eerste Wereldoorlog aan. De Duitse bezetter eiste verschillende hotels in Brussel op, en handelsactiviteiten werden op een laag pitje gezet. Het belette de GMB niet om nieuwe verbouwingswerken aan te vatten onder leiding van architect G. Maukels. Deze werken betroffen ondermeer de integratie van de in 1908 aangekochte Café de la Laterne in het grootwarenhuiscomplex. Het voormalige cafe diende daartoe in belangrijke mate verhoogd te worden.


Voor en na de verbouwingswerken

Deze nieuwe uitbreidingswerken waren ook nodig, want het grootwarenhuis bleef het aantal rayons maar uitbreiden. Omstreeks 1920 telde de GMB er al zo’n 60-tal, waaronder:

  • - Luxeartikelen (schoenen, handschoenen…)
  • - Hygiëne
  • - Parfum
  • - Reisartikelen
  • - Sport
  • - Speelgoed
  • - Beddengoed (dekens…)
  • - Garens, banden, knopen en dergelijke
  • - Huisraad, decoratieve voorwerpen (schilderijen. )
  • - Porcelein en kristal
  • - Verwarming en elektriciteit (vanaf omstreeks 1920)


Collectie Hans van de Bospoort


Collectie Hans van de Bospoort
Een zeer intrigerend collectiestuk: een (goedkoop) Japy uurwerk,maar versierd met een inscriptie van "La Bourse". Deze werd nog tijdens de productie, niet achteraf werd geplaatst. We nemen aan dat met de "Grands Magasins de Nouveautés A la Bourse" de GMB bedoeld wordt. Hieronder een deel van het mechanisme, voor restauratie. Het is onduidelijk of het gaat omkoopwaar of bv. om een cadeau voor personeelsleden.


Zeepverpakking uit de GMB, datum onbekend

In 1920 werden nog maar eens een aantal huizen aan de Kiekenmarkt en de Paul Devauxstraat opgekocht. Een aantal oude postkaarten tonen verder ook dat er coiffurezaken in het grootwarenhuis waren ondergebracht. Een precieze datering van hun opening bleek evenwel niet mogelijk te zijn.

De GMB was meer dan gewoon een luxueuze en elegante winkel. Een belangrijk deel van de verkochte goederen werden immers zelf geproduceerd. Oorspronkelijk waren er ateliers in de twee bovenste verdiepingen van de winkel nabij de Beurs gevestigd (onder het mansardedak). Hier werden textiel- en modeartikelen vervaardigd, waaronder

  • - Kinderjurken en –rokken
  • - Lingerie
  • - Hemden
  • - (Bont)Jassen
  • - Handschoenen
  • - Peignoirs
  • - Hoeden

We tonen enkele interessante afbeeldingen van deze ateliers, die meteen ook een idee geven van hoeveel personeel wel niet werkzaam was in deze productieateliers:


Atelier voor de productie van jassen


Atelier voor de productie van tailleurs voor dames


Atelier voor de vervaardiging van lingerie.


Productiehal voor kinderkleding: meisjesjurken


Geen laboranten, maar topkleermakers in de weer met mannenhemden


Lederwaren: fabricage van handschoenen.


. en van maatschoenen

De GMB bezat verder ook ateliers in de Hopstraat. In dit gebouw, dat groter was dan de winkel zelf, was blijkbaar een tapijtweverij gevestigd. De winkel importeerde evenwel ook een belangrijk deel van haar tapijten. Hun aankopers trokken daartoe jaarlijks naar Perzië, de Kaukasus en Klein-Azië. Deze rayon was één van de belangrijkste in het land. Het ruime aanbod van de GMB nam een hele verdieping van maar liefst 1800 m2 in beslag. (Klik op deze link voor een online catalogus uit 1913 met tapijten en meubels van de GMB)


Een afbeelding uit 1921. Blijkbaar waren er toen dus reeds
een soort moskeeën in Brussel

Tevens was er ook een grote en moderne schrijnwerkerij in ondergebracht, waar het grootwarenhuis haar meubels liet maken. Ook van deze meubelmakerij bestaan er interessante kiekjes, die tonen dat het om een laag gebouw ging, met zadeldaken die veel licht doorlieten:

Tenslotte bevond er zich nog een opslagplaats in de Aalststraat, waar voor miljoenen aan koopwaren opgeslagen werden. Zoals hieronder te zien leek dit gebouw een beetje op het Texas School Book Depository, van waaruit Lee Jarvey Oswald op President Kennedy zou gevuurd hebben. Het gebouw herbergt thans verschillende startersbedrijfjes, die hier relatief goedkoop een kleine kantoorruimte kunnen huren, en gemeenschappelijk over infrastructuur zoals fotocopieertoestellen beschikken.

Ook de garage met het uitgebreide vrachtwagenpark van de grote winkel bevond zich hier. In 1922 werden niet alleen leveringen binnen Brussel verzorgd, maar ook naar een 30-tal omliggende steden en gemeenten, waaronder Dendermonde, Aalst, Nijvel en Leuven.


De voormalige opslagplaatsen van de GMB in de Aalststraat

Vanaf de opening van een nieuw verkooppunt in Antwerpen in 1922, werden de leveringen in Mechelen door zowel Brussel als Antwerpen verzorgd. GMB Antwerpen concentreerde zich daarbij op het noordelijk stadsgedeelte, de Brusselse vestiging op het zuidelijk stadsdeel.

De promotie gebeurde hoofdzakelijk via jaarlijkse catalogussen. Blijkbaar werden er elk seizoen een nieuwe uitgegeven. We tonen hier enkele exemplaren:


Lente 1923 en zomer 1924. Hieronder enkele sfeerbeelden van deze
laatste catalogus, die een deel van het uitgebreide productengamma toont


Een exemplaar uit 1934 en 1936


De catalogussen werden zoals kranten met een
soort van wikkel naar de klanten verstuurd


Aantal pagina´s mannenmode, jaarla onbekend

1922 was in verschillende opzichten een belangrijk jaar voor de GMB. Vooreerst bestond de prestigieuze winkel in dat jaar precies 50 jaar. Met het oog op die verjaardag werden reeds vanaf 1920 een aantal belangrijke verbouwingswerken aangevangen.

Er werd niet alleen een nieuwe trappenhal in gebruik genomen, maar ook twee liften, elk in staat om 24 mensen te verplaatsen. Om haar savoir faire extra in de verf te zetten, werden de fraai versierde liftkooien in de schrijnwerkerij van de GMB vervaardigd.


Dwarsdoorsnede van de winkel onder de lichtkoepel

Deze verjaardag vormde eveneens de aanleiding voor de uitgave van twee uiterst fraai geïllustreerde brochures. Het ging om

  • Les embellissements de Bruxelles 16 pp
  • Les transformations de Bruxelles 16 pp

Deze mooie publicaties vielen niet alleen op door de kleurrijke omslag, maar ook door hun vrij groot formaat. ( 36 X 26,5 cm) Binnenin zijn tal van interessante zwart-wit foto’s te vinden, alsook een dubbel blad in het midden met gekleurde illustraties van Thiriar. (mogelijk familie van de stichter van de Grand Bazar du Boulevard Anspach) Links beeldde hij een “élégante” gekleed volgens de mode van 1872 af, rechts een jongedame van kop tot teen in de mode van 1922 gestoken.

De GMB wist de geprezen stadsarchivaris Guillaume Des Marez te strikken om de teksten over de transformaties en verfraaiingswerken in Brussel te schrijven. Behalve zuiver historische feiten, werden op een handige manier ook allerhande weetjes over de GMB in de tekst verwerkt. Deze brochures vormen dan ook een zeer interessante bron van informatie voor de geschiedenis van deze winkel. Vandaag de dag zou men ze zeker met de term “publi-reportages” omschrijven.


Rechts onder, de eerste vestiging van de Innovation aan
de Meir
verhuisde naar de voormalige Tietz-vestiging.


. en werd de Antwerpse GMB
(toevallig ook dicht bij de Antwerpse Beurs)

De GMB stond nog om een tweede belangrijke reden in de schijnwerpers in 1922. In oktober van dat jaar werd immers een tweede winkel vestiging geopend, meer bepaald in Antwerpen. De inboedel van dit nieuwe verkooppunt werd eveneens in de ateliers van GMB Brussel vervaardigd. De nieuwe winkel bevond zich op de Meirplaats 33.


Zo kan meteen ook de link gemaakt worden met de korte geschiedenis van de Tietz-winkel hier op Retroscoop. Tot het einde van WO I bevond de winkel van Tietz zich naast de Stadsfeestzaal, terwijl de Innovation een fraai gebouw ontworpen door Horta op de Meirplaats 33 bezat. Na WO I werden de goederen van Duitsers in België door de Belgische Staat aangeslagen, zo ook de winkel van Leonhard Tietz. Het indrukwekkende gebouw werd opgekocht door de Innovation, dat zelf haar Horta-pand te koop aanbood. Het was de GMB die het uiteindelijk opkocht, en door architect J. Dierick liet aanpassen. Het gebouw zou de volgende jaren meermaals grondig worden verbouwd. Reeds in de 1950’s verdween de fraaie Art Nouveau-voorgevel die als totaal verouderd werd aanzien. In de plaats kwam een ultramoderne gevel met veel glas, in de stijl van de Expo ’58. Reeds in 1977 liet P&C ook deze gevel weer verwijderen, en het huidige, weinig elegante gebouw op deze plek optrekken. (4)

Blijkbaar was GMB Antwerpen een (deels) onafhankelijke winkel, want er werden aparte aandelen uitgebracht. (Het oudste exemplaar waarvan we vooralsnog weet hebben dateert van 1948, maar het is best mogelijk dat deze aparte beursgang van veel eerder dateert.)

Mogelijk werden er nog een aantal andere maar kleinere verkooppunten in die periode geopend. Dit is ondermeer het geval voor Brugge, waar eveneens een GMB moet geweest zijn, volgens deze volledig in het Frans opgestelde factuur uit de 1920´s:

Dit verkoopspunt lijkt zich te hebben beperkt tot kleding en stoffen allerhande, maar er wordt niet gesproken van tapijten of meubels bijvoorbeeld.

In de periode 1924-1926 liet de GMB een nieuwe opslagplaats in de Aalststraat optrekken. Het rood bakstenen gebouw van 3 verdiepingen werd ontworpen door Maurice Heynickx. Qua stijl doet het wat denken aan een lagere versie van de Texas School Book Depository, het wereldberoemde gebouw in Dallas van waaruit Lee Harvey Oswald op John F. Kennedy zou hebben geschoten. Een deel van de ateliers die zich in het winkelgebouw in de Anspachlaan bevonden werden naar dit nieuwe gebouw overgebracht.

In 1929 werd de Amerikaanse economie zwaar getroffen door een zeer ernstige financiële crisis. Met enige vertraging werden ook de Europese landen in deze neerwaartse spiraal meegezogen. België bleef evenmin gespaard. Ook de distributiesector voelde daar de weerslag van. Zo kreeg één van de topafdelingen van de GMB, die van de Oosterse tapijten het bijzonder zwaar te verduren.


Jean Van Gysel, een gehaaide visionair
zette de Belgische grootdistributie op stelten

Een ander gevolg van deze crisis was de doorbraak van eenheidsprijzenwinkels, de verre voorlopers van “alles aan 1 Euro”-winkels. De Société Anonyme pour la Revente d’articles de Masse, beter bekend onder de afkorting Sarma was in feite al in 1928, dus voor het uitbreken van de economische crisis ontstaan. Het bedrijf, gesticht door Jean (-Baptiste) Van Gysel (1885-1956), de latere Baron Van Gysel de Meise was de eerste die de Belgische markt met het principe van enkelprijs-winkels kennis liet maken.


Voor het befaamde "witter dan wit" was er al
"goedkoper dan het goedkooptste"

Sarma kocht en masse een beperkt aantal elementaire verbruiksgoederen en voedingswaren aan, en verkocht deze met een kleine winst per eenheid. Bovendien waren er maar een vijftal vaste, afgeronde tarieven voor alle aangeboden koopwaren. Deze tarieven kwamen overeen met de bestaande munten en bankbiljetten, dus geen gedoe met wisselgeld en zo. Deze verkoopspolitiek moest een zo groot mogelijke “roulatie” mogelijk maken: de stocks moesten snel over de toonbank gaan. Zoals miljoenen druppeltjes samen een meer maken, moest de kleine winst per verkocht artikel door deze razendsnelle roulatie gecompenseerd worden. Sarma profileerde zich met agressieve reclamecampagnes als een soort volkswarenhuis, goedkoper dan het goedkoopste.

De principes van zo’n winkels waren uiteraard in de VS bedacht, en naar Europa overgewaaid. Vooral in Duitsland –dat zwaar te leiden had onder de herstelbetalingen opgelegd door het Verdrag van Versaille- waren ze aan een steile opgang begonnen. In Nederland ontstond in 1926 de HEMA, wat staat voor Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam. Deze winkel zorgde meteen voor een sensationele nieuwigheid in die tijd, door roltrappen te installeren in één van haar Amsterdamse vestigingen. Het werd maandenlang een heuse kermisattractie.

Door zoveel mogelijk bepaalde kosten te drukken, kon men de verkoopsprijs laag houden. Zo werden de winkelinrichting sober gehouden, waren de aangeboden merken minder bekend dan de traditionele “A merken” en werd er ook beknibbeld op de service.

Sarma nam niet meteen alle principes van een “zuivere” eenheidsprijswinkel over, maar toch in voldoende mate om kleinhandelaars behoorlijk zenuwachtig te maken. (5)

De eerste Sarma-winkel opende op 6 oktober 1928 in de Rue Ste. Catherine in Brussel. In minder dan 6 maanden tijd werden nog eens 6 extra nieuwe winkels geopend: Leuven, Brussel (Hoogstraat), Gent, Namen, Antwerpen (toen al in de Carnotstraat) en Charleroi. Vervolgens werden vier jaren besteed aan de mensen te laten wennen aan deze nieuwe formule. Leveranciers stonden immers erg wantrouwig tegenover de nieuwe formule, en vreesden dat hun winstmarge zou verkleinen. Potentiële klanten vreesden dan weer dat het drukken van de verkoopsprijzen enkel maar kon door de kwaliteit in belangrijke mate naar beneden te halen. Spottend werd beweerd, dat de afkorting in feite stond voor “Société anonyme pour la récupération de marchandises anciennes“. (6)

Oorspronkelijk bleef commercieel succes dan min of meer uit, terwijl Sarma wel enorme investeringen had gedaan. Voor de nieuwe keten kwam de economische crisis dan ook aan als een soort godengeschenk.

Van zodra de economische crisis zich ook goed in ons liet voelen, zo omstreeks 1932, kwam het commerciële succes van de enkelprijs-winkels inderdaad in een stroomversnelling. De bestaande Sarma’s werden uitgebreid, en een reeks nieuwe verkooppunten werden aan de bestaande toegevoegd. Sarma begon eveneens 10 goedkope restaurants en koffiebars uit te baten. (7) Van Gysel richtte in 1933 ook de Nopri-keten op, die de franchise-winkels van Sarma groepeerde. In 1936 was Sarma-Nopri marktleider op het vlak van enkelprijs-winkels.

De traditionele grootwarenhuizen voelden uiteraard een gevaarlijke bui boven hun hoofden hangen. Een aantal reageerden door zelf goedkopere enkelprijs-winkels op te richten. Zo startte de De Bon Marché van Vaxelaire-Claes in 1933 met hun Prisunic- en Uniprix verkooppunten. Ook de Innovation-groep richtte in hetzelfde jaar zo’n goedkopere dochtermaatschappijen op, Priba genaamd.

Het aanvankelijke succes van Sarma was echter zo groot, dat de twee eeuwige rivalen in 1934 al tot een verrassende tegenzet overgingen: Prisunic, Uniprix en Priba werden in één maatschappij ondergebracht, door beide grootwarenhuizen geleid. Die samenwerking tussen rivaliserende winkelketens was er echter pas gekomen, nadat Sarma-baas Van Gysel de avances van Innovation had afgewimpeld.

Ook de trotse GMB zag zich verplicht om iets in deze zin te ondernemen. De groep had echter veel minder financiële armslag dan de Innovation en de Bon Marché. Een dochtermaatschappij met eigen verkooppunten oprichten lag niet binnen haar bereik. GMB Brussel besloot daarom om in de kelderverdieping van het grootwarenhuis aan de Anpsachlaan met een gelijkaardige formule te experimenteren, onder de naam Primaprix. Dit gebeurde enigszins schoorvoetend, omdat het fiere huis bang was om met dit initiatief haar traditioneel (kapitaalkrachtig) cliënteel wat af te schrikken.

Wie zich ook verplicht voelde om op het Sarma-gevaar te reageren, waren de kleine zelfstandigen. Hoewel er geen cijfers bestaan om het fenomeen te staven, bestaat er geen twijfel over, dat hun winst een flinke knauw had gekregen sedert de doorbraak van de eenheidsprijs-winkels. Net zoals dit ook in een aantal buurlanden gebeurde, bundelden ze de krachten, en slaagden erin om een “grendelwet” in het parlement goedgekeurd te krijgen. Deze wet –die tot 1959 van kracht zou blijven- verbood Sarma en consoorten om nog nieuwe verkooppunten te openen.

Zo werd Sarma gedwongen om andere pistes te zoeken, om aan verdere expansie te kunnen doen. Waar de Innovation en de Bon Marché, twee traditionele grootwarenhuizen waren overgegaan tot de oprichting van eenheidsprijs-winkels, gebeurde hier de omgekeerde beweging. De GMB, het eerste moderne grootwarenhuis van België zag haar beleid hoe langer hoe meer verstrengeld raken in datn van de Sarma-keten, de eerste in België op het vlak van eenheidsprijs-winkels. Jean Van Gysel kreeg uiteindelijk, in 1941 een zitje in de Raad van Bestuur van de GMB, en uiteindelijk werd hij tot zijn dood in 1956 gedelegeerd bestuurder.

Naast de opkomst van discountwinkels ontstonden ook de eerste budgetmerken. Zo dateert het verschijnen van het goedkopere gamma Derby-producten door Delhaize terug naar 1932.

Na Wereldoorlog 2: een nieuw gebouw, een "new look"


Brochure uitgegeven door Storesco

Na de Tweede Wereldoorlog diende het land weer heropgebouwd worden. Tot enkele jaren na de beëindiging van deze wereldbrand heerste er een schaarste aan allerlei producten,waaronder textiel. De liberale minister Kronacker poogde hieraan te verhelpen, door grote hoeveelheden textielwaren uit de VS in te voeren. Er werden 5 coöperatieve maatschappijen opgericht, die de distributie hiervan in goede banen moesten leiden. Eén daarvan was Storesco. Deze groepering was in 1944 op initiatief van Sarma opgericht, en heette voluit Union Professionnelle de Magasins à Rayons Multiples Storesco. In welke mate de andere grootwarenhuizen effectief in deze unie zaten, zoeken we momenteel nog uit. Wat zeker is, is dat deze van de Sarma-Nopri groep er in zaten, zoals bovenstaande foto laat zien, net als de GMB. Storesco wilde ook de aankooppolitiek van haar leden bundelen, om zo meer gewicht in de schaal te kunnen leggen tijdens onderhandelingen met producten. (8) De organisatie wilde ook een soort studiedienst zijn, en drong er bij haar leden ook op aan om volop reclame te maken, om de vraag van de consumenten weer aan te zwengelen.


Naoorlogse reclame van de GMB, precies jaartal onbekend
We zijn ondertussen mijlen verwijderd van de elegante kaartjes
van dames met diadeem, en heren met buishoed en monocle.

Tijdens de nacht van 28-29 juli 1948 brak er brand uit in de Brusselse vestiging van de GMB. Vooral de overgebleven ateliers op het dakverdieping werden zwaar getroffen, maar uiteraard veroorzaakte het bluswater ook op de lagere verdiepingen heel wat schade. De verzekeringsmaatschappij van de GMB keek tegen een schadevergoeding van om en bij de 85 miljoen BF aan, een zeer aanzienlijk bedrag.

De GMB maakte van de nood een deugd. Nu het oude gebouw dan toch zo’n zware schade te verduren had gekregen, werd ervoor gekozen om een volledig nieuwe en modernere constructie gebouw op te trekken. Architect F De Heu ontwierp een erg sober gebouw, dat met haar strakke lijnen erg Art Deco aandeed. Ditmaal werd ervoor gekozen om de hoektoren te laten uitkijken op het Beursplein in plaats van op de Kiekenmarkt. Ook de hoofdingang verhuisde mee naar die plek met haar drukke passage. Wat er precies met de oude trappen en de elegante liften van weleer gebeurde, is ons onduidelijk. Misschien werden er wel, net zoals in de HEMA in 1926 moderne roltrappen in geïnstalleerd. Vooralsnog kwamen we geen interieuropnames van dit gebouw in de naoorlogse jaren tegen. (9)

Wat wel geweten is, is dat er in deze nieuwbouw een ‘salon’ werd ingericht, waar feestmaaltijden georganiseerd konden worden. Elke namiddag waren er ook Thé Dansants, ‘s donderdag namiddags speciaal voor kinderen. Er werden daarbij ook allerhande wedstrijden georganiseerd, zoals zangwedstrijden. De deelnemende kinderen konden er cadeaucheques winnen voor de speelgoedafdeling van de GMB. (10)

We zagen reeds dat de GMB in 1922 ook in Antwerpen een vestiging had geopend. Het duurde tot meer dan 10 jaar na de oorlog, eer de GMB opnieuw aan geografische expansie dacht. De meest voor de hand liggende volgende stap was Luik, waar inderdaad in 1957-58 een nieuw verkoopspunt geopend werd. In het jaar van de Expo in Brussel gebeurde hetzelfde in Elsene, en het jaar daarop in Bergen.


Verpakkingen van de GMB uit de 1960´s (?)

Vanaf 1960 werkte de GMB nauw samen met de Franse groep Galeries La Fayette. Door producten gezamenlijk aan te kopen, konden de twee winkelketens meer gewicht in de schaal leggen bij producenten. Dit hielp inkopers natuurlijk bij het proberen de aankoopprijzen te drukken. La Fayette verkreeg in ruil 20 % van de aandelen van de GMB. Naar het voorbeeld van Delhaize opende de GMB ook een self service in de 1960’s, die ook op zondagmiddag open was. Om verder klanten aan te lokken, werden andere acties bedacht. Zo spreekt Georges Bréval, gitarist van de Franstalige popgroep Les Frangins over hoe hij in de GMB in het voorprogramma van een optreden van Johnny Holliday speelde. Speciaal naar aanleiding van dit optreden had de GMB als PR-stunt amusant ogende poppen van de vier Frangins laten maken.

Na het optreden nodigde Holliday de Frangins uit op een nachtje uitgaan aan de Naamse Poort. De Belgisch-Franse rocker kwam het viertal oppikken in een grote Amerikaanse slee, waarin twee jonge Françaises zaten, die Françoise en Catherine heetten. Pas later vernam Bréval via de pers dat hij die heuglijke avond in het gezelschap van de toen nog niet zo bekende actrices Françoise Dorléac en haar jongere zus Catherine Deneuve had doorgebracht. (11)

De GMB probeerde ook op andere manieren haar tanende populariteit een halt toe te roepen. Zo betaalde het gedeeltelijk de tramtickets van haar klanten terug. Het publiek van de GMB was sedert de 1920’s duidelijk gedemocratiseerd, hun gemiddelde koopkracht flink gedaald.

De GMB-leiding wist in de naoorlogse periode precies niet goed op welk been te dansen. Wou het meer richting eenheidsprijswinkel evolueren, of wou het weer een trots, traditioneel grootwarenhuis zijn, dat zich op een kapitaalkrachtiger publiek richtte. In feite werden stappen in beide richtingen gezet. De GMB probeerde inderdaad weer nauwer samen te werken met de Sarma-groep.

Heel de sector van de eenheidsprijswinkels was zich in die tijd aan het heroriënteren en zich aan het herpositioneren. De toenemende koopkracht van de 1950’s en vooral 1960’s maakte de vroegere “volkswarenhuizen” immers veel minder populair. Winkelketens als de Sarma verplaatsten zich steeds meer in hetzelfde vaarwater als dat van traditionele warenhuizen. De winkels begonnen er beter verzorgd uit te zien, het assortiment werd steeds uitgebreid, en ook kwaliteitsmerken en –producten deden meer en meer hun intrede op de schappen. Dit geldt zeker voor de nieuwe Sarma-Lux winkels, die duurdere merken als Cacharel en Betty Barclay verkochten, en bv. op de Louizalaan een verkooppunt had.

Ook de GMB trachtte iets aan haar tanend imago te doen. In de 1960’s werd er volop geïnvesteerd, en er verschenen weer meer kwaliteitsproducten in de rayons. Niettemin bleven de verliezen van het grootwarenhuis maar toenemen.

Aan de innige band met Sarma kwam in 1969 een einde, toen de toenmalige Afgevaardigde Beheerder Jacques Dansette, schoonzoon van Jean Van Gysel ontslagen werd. In 1970 bedroegen de verliezen van de GMB meer dan 90 miljoen BF. De directie besloot om de handdoek in de ring te gooien, en de boeken neer te leggen. Omdat er geen kandidaat-overnemers bleken te zijn, werd het gebouw in 1972 te koop gezet, precies 100 jaar nadat de Thiéry´s trots de deuren van hun Grands Magasins voor het publiek hadden opengezet.

Het GMB-gebouw uit 1949 bestaat ondertussen meer dan 60 jaar. Naast een franchise van Delhaize en een krantenwinkel op het gelijkvloers, zijn er vandaag de dag ook diverse afdelingen van Actiris, de Brusselse zusterorganisatie van de VDAB in ondergebracht. Oorspronkelijk heette deze in 1989 opgerichte dienst BGDA (Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling). Voor 1989 waren er verspreid over 5 verdiepingen kantoren van de RVA/ONEM, op het 6° verdiep bevond zich de Kamer van Koophandel (Handelsregister), en op het 7° zat het Amerikaanse bedrijf Dun & Bradstreet.

De sector van de grootdistributie werd sedert het einde van de tweede wereldoorlog grondig gewijzigd. Grootwarenhuizen maakten meer en meer plaats voor supermarkten en vervolgens hypermarkten. De vroegere concurrenten Grand Bazar, Inno en Bon Marché smeedden een pact, en vormden de groep GIB. Deze nieuwe Belgische n° 1 werd uiteindelijk zelf opgeslorpt door het Franse Carrefour.

De GMB verdween al in 1970, maar ook met Sarma verging het minder goed. In 2004 werd deze ooit zo baanbrekende groep volledig opgedoekt. Sic transit gloria mundi…

Dit artikel kan in de komende maanden nog op sommige punten
worden aangevuld of gewijzigd. Wie er zelf meer over weet kan
ons steeds contacteren via info@retroscoop.com

Onze dank gaat uit naar Dhr. Stephane Thys, diensthoofd van het Observatorium voor de Arbeidsmarkt van Actiris, die ons interessante informatie verschafte over wie zich in het GMB-gebouw van 1949 bevond, na het faillissement van de Grands Magasins en voor de komst van de BGDA.

(2) Stamboom Silas Guillon en Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Handel (Sprimont, Pierre Mardaga, 2003 pp. 96 e.v.)

(4) Petra Maclot: Eureka, een Horta. (De achtergevel van art nouveau-architect Victor Horta’s ‘Magasins de la Bourse/Innovation’ aan de Meir) Infoblad Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiendenis 2008/2 Zeer boeiend geschreven en goed gedocumenteerd artikel over de diverse gedaantewisselingen van de Meir 33 door de jaren heen

(5) Peter Heyman: Tussen vrijheid en regulering 1918-1940 KADOC Studies 22 Universitaire Pers Leuven, 1998 pp 302 e.v.

(6) Adrien (?): Sarma. Een stukje geschiedenis op de website "Gent door de jaren heen" Boeiend artikel uit nov. 2005, opgesmukt met zeer interessant beeldmateriaal

(7) Sarma 1928-1953 Assemblée Générale Ordinaire du 20 octobre 1953

(8) Martijn Vandenbroucke: Stortingslijst van het archief van de Intercoopérative de Belgique (Intercobel) (1945-1965) (Gent, AMSAB Instituut voor Sociale Geschiedenis, 2010) De foto’s tonen het nieuwe gebouw van de GMB, dus de brochure dateert van omstreeks 1949 of de vroege 1950’s. Voor de oprichting van Storesco zie (7) p. 17

(9) Website Bouwen door de eeuwen heen. meer bepaald het artikel over de Anspachlaan

(10) Geciteerd op de website " C´était le temps où Bruxelles brusselait ", een heel interessante website over Brussel, die wel wat wordt verknoeid door reclameberichten

(11) Rock belge / lbums souvenirs: les Frangins (1961-1978) Actrice Françoise Dorléac kwam enkele jaren later - op amper 25 jarige leeftijd- in een tragisch auto-ongeluk om het leven.